Categorieën
← Alle verhalen

Dré en Truus: een vindersechtpaar uit Thorn – deel 1

limburg

Dré en Truus: een vindersechtpaar uit Thorn 

Dit artikel vormt het eerste deel van de driedelige reeks ‘Dré en Truus: een vindersechtpaar uit Thorn’, geschreven door Tess Doorewaard en aangeboden door PAN regio Oost. In dit eerste deel staat centraal hoe Dré en Truus begonnen met zoeken, wat zij onderweg vonden en welke rol metaaldetectie daarin speelt.

In het pittoreske Limburgse Thorn, het Witte Stadje (afb. 1), wonen Dré en Truus. Van nature nieuwsgierig en met een grote liefde voor hun stukje Limburg, zit het verzamelen hen in het bloed. Al decennia vinden ze, met en zonder metaaldetector, kleine getuigen van menselijke activiteit in en om hun woonplaats. De rijke en bijzondere Thornse geschiedenis zie je dan ook terug in hun imposante verzameling. Alle periodes, van prehistorie tot subrecent, zijn in hun collectie vertegenwoordigd. Dat zij een van de belangrijke bruikleengevers zijn voor Museum Thorn is daarom niet verwonderlijk.


Afb. 1 Briefkaart met prent van Thorn waarop de Rijks-abdij van het Stift Thorn is afgebeeld. De abdis-vorstinnen van het abdijvorstendom Thorn hebben tot aan de Franse Tijd (eind 18e eeuw) nagenoeg zelfstandig over het vorstendom geregeerd. Bron: Uitg. Antoine Tonnaer-Adams, Thorn. Nr. 10022. Privécollectie Truus.

Zoeken en vinden
Bij Dré is de metaaldetectorvonk eind jaren ’80 aangewakkerd. “Ik zag iemand hier over een veld lopen met een metaaldetector en was nieuwsgierig. We raakten aan de praat en ik vond het zo interessant dat ik uiteindelijk bij hem mijn eerste metaaldetector gekocht heb.” Die detector was heel zwaar, dus Dré is later overgestapt op een lichter model.

Aanvankelijk liep Truus met Dré mee wanneer hij ging zoeken, maar al snel heeft zij haar eigen detector gekocht. Met deze detectors zoeken ze nog steeds, al hebben ze inmiddels wel de batterijen verwisseld voor accu’s. “Dat was echt een enorme verbetering!” zegt Truus. Met hun analoge detectors vallen ze wel op tijdens zoekdagen tussen alle digitale modellen van nu. “Maar,” zegt Dré lachend, “Als er iets ligt, dan vinden wij het ook, hoor!” Voor hem is een moderne detector niet nodig, maar Truus is eigenlijk wel benieuwd naar een nieuw model.

Toen ze begonnen met zoeken, waren ze een opvallende verschijning in Thorn met hun metaaldetectors. De boeren vonden het zelden een probleem wanneer ze toestemming om te zoeken vroegen, vooral niet omdat Truus en Dré met hun metaaldetectors ook oud ijzer en verloren voorwerpen vonden. “We hebben altijd alles van het veld meegenomen en pas thuis uitgezocht,” vertellen ze. “We laten de velden goed achter en dichten de gaten.”

Mensen wisten hen dan ook snel te vinden wanneer ze iets kwijt waren. Vele onderdelen van tractoren en andere landbouwwerktuigen en vooral ook vele trouwringen zijn dankzij Truus en Dré weer teruggekeerd bij hun eigenaren. “Laatst nog was iemand zijn sleutels kwijt,” zegt Dré. Hij heeft ze opgepiept uit een berg hooi. Als ze een dag later gezocht hadden, waren de sleutels onherroepelijk weggeweest.

Naast zelf op pad gaan, hebben Dré en Truus ook veel meegeholpen als vrijwilligers bij officiële opgravingen en ook daar vele metaalvondsten helpen vinden met hun detectors. Bij een van die opgravingen bleek zelfs dat Dré’s detector urnegraven kon opsporen, dankzij het ijzergehalte in het aardewerk. Zijn detector gaf een mooie ‘brom’, terwijl modernere apparaten stil bleven.

In 1991 heeft Truus de krant gehaald. Tijdens een opgraving in Thorn vond zij het enige muntje: een regenboogschoteltje, Triquetrum, uit de Late IJzertijd (afb. 2). Het muntje ligt nu, samen met de andere vondsten van de opgraving, in het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Limburg (vondstnummer M0107/001). Aan de ene kant vinden ze dit heel jammer, want ze hadden liever gezien dat het in Museum Thorn terecht gekomen was. Aan de andere kant weten ze dat het nu goed bewaard wordt, onder ideale klimatologische omstandigheden in het depot ligt, online te raadplegen is via de website van de provincie en door elk museum in bruikleen gevraagd kan worden. Dus wie weet keert ‘hun’ muntje ooit terug naar Thorn als onderdeel van een toekomstige tentoonstelling.


Afb. 2 Triquetrum uit Thorn-Lindeveld, gevonden tijdens een officiële opgraving door Truus in 1991. Het wordt bewaard in het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Limburg. Foto: PDBL, inventarisnummer: 3773-M0107/001.

Het zoeken bracht Dré en Truus niet alleen een levenslange hobby die ze samen delen in alle facetten, maar ook nieuwe verantwoordelijkheden voor het erfgoed van hun stukje Limburg. In het tweede deel van de reeks ‘Dré en Truus: een vindersechtpaar uit Thorn’ gaat het over wat er gebeurt ná het vinden: het onderzoeken, vastleggen en registreren van vondsten, waarom dat zo belangrijk is voor het behoud van kennis en tot welke verrassingen dat kan leiden.

Met dank aan

  • Museum Thorn: vondsten van Dré en Truus vormen samen met die van andere lokale amateurarcheologen de kern van de vaste archeologische collectie. De tijdelijke tentoonstelling ‘Bodemvondsten’, waarin vondsten van vijf lokale zoekers centraal stonden, onder andere die van Dré en Truus, was tot eind 2025 te bezoeken. In de nieuwe tentoonstelling ‘Marie Leeft!’, die momenteel te zien is in Museum Thorn, zijn ook enkele bodemvondsten te zien die zijn gevonden door Dré en Truus.
  • Online collectie van het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Limburg (PDBL).
  • Met speciale dank aan Dré en Truus voor het delen van hun verhaal.

Footnote: niet alle in deze reeks genoemde PAN-nummers/vondsten zijn momenteel al publiek raadpleegbaar via de PAN-website.

Bijdragers

Vondstregistrator

Tess Doorewaard

Dit is een verhaal van

Wat heb jij gevonden?