Dré en Truus: een vindersechtpaar uit Thorn – deel 2
Dit artikel vormt het tweede deel van de driedelige reeks ‘Dré en Truus: een vindersechtpaar uit Thorn’, geschreven door Tess Doorewaard en aangeboden door PAN regio Oost[TD1] . In dit deel gaat het over wat er gebeurt ná het vinden: het onderzoeken, vastleggen en registreren van vondsten, waarom dat zo belangrijk is voor het behoud van kennis en tot welke verrassingen dat kan leiden.
Onderzoeken en registreren
Onlosmakelijk verbonden met het zoeken, is de nieuwsgierigheid van Dré en Truus naar wat ze gevonden hebben. Zeker in de beginjaren van hun zoekavontuur heeft Marcel Hendrickx, een goede kennis van hen uit het Belgische Maaseik, veel vondsten van hen voor ze gedetermineerd. Van hem hebben ze veel geleerd. Al snel haalden ze zelf de boeken erbij om uit te zoeken wat ze gevonden hadden. Hun verzameling naslagwerken is daarom niet minder indrukwekkend dan de verzameling vondsten zelf.
Nauwkeurig als ze zijn, houden Dré en Truus vanaf het begin in een logboek bij wanneer en op welk veld ze gezocht hebben en wat er toen gevonden is. Ook noteren ze nauwgezet wie van hen tweeën de vondst gedaan heeft. “We zijn elkaars grootste concurrent,” grappen ze, “maar om samen dezelfde hobby te hebben en elk weekend samen erop uit te kunnen om te zoeken, dat is prachtig.”
Alle munten en alle specialere vondsten staan in de logboeken beschreven, vaak ook met een tekening. De meest bijzondere vondsten bewaren ze afzonderlijk in laadjes op datum. De overige vondsten worden op soort bewaard in verzamelbakken. Dankzij hun nauwkeurige notities kunnen Truus en Dré nagenoeg alles terugvinden. “Van het begin af aan vonden we het belangrijk om ergens te melden wat we gevonden hadden. Dit hebben we bij het museum en de gemeente gedaan en bij de ROB.” In 2018 is hier het registreren van hun vondsten bij PAN bijgekomen.
In de beginjaren zochten ze veel samen met hun zoekvriend Har Briels. Hij hield echter, in tegenstelling tot Dré en Truus, alleen maar van zijn meest bijzondere vondsten bij waar hij ze gevonden had. Na het overlijden van Har hebben ze zijn verzameling kunnen overnemen en dankzij hun eigen aantekeningen konden ze van sommige van zijn vondsten toch nog achterhalen waar ze gevonden waren. Ook die vondsten laten ze nu bij PAN registreren. Maar andere mooie vondsten van Har die het eigenlijk ook zouden verdienen om geregistreerd en gezien te worden, hebben hun wetenschappelijke meerwaarde helaas verloren, omdat onbekend is waar Har ze gevonden heeft.
Dat onderzoek en de wens om een gevonden voorwerp terug te brengen naar de eigenaar tot verrassingen kan leiden, bleek toen Truus de oorspronkelijke zegelstempel gevonden had van de congregatie van Zusters van Onze Lieve Vrouwe van Coesfeld (Duitsland) (PAN-00179923). De stempel was waarschijnlijk gemaakt bij de stichting van het klooster (afb. 3) in 1850, maar nadien in Thornse grond beland.

Afb. 3 Zegelstempel uit 1850 van het klooster van Onze Lieve Vrouw in Coesfeld (Duitsland), PAN-00179923. Foto: W. Lalieu.
Ze namen contact op met het klooster en werden er met open armen ontvangen. Toevallig waren de zusters juist bezig een boek te schrijven over de bewogen geschiedenis van het klooster. Zij wisten te vertellen dat Moeder Overste Maria Chrysostoma in 1877 de stempel verloren was, waarschijnlijk toen zij op bezoek was bij een zusterklooster van de orde in Wessem (L) en in Thorn familie van de stichteres van het klooster bezocht had. Inmiddels had de congregatie een nieuw zegel laten maken, maar de zusters hebben de oude in bruikleen gehad, zo lang hun boek nog niet af was. Toen ze de stempel kwamen terugbrengen in Thorn (“Er stopte een auto voor de deur met vijf pinguins erin!”, lacht Dré), hebben ze het eerst nog onder elkaar rondgegeven en gekust, voordat ze het Truus weer overhandigden. Dré en Truus hebben de publicatie over het klooster cadeau gekregen. Een afbeelding van het zegel van Truus prijkt op de kaft ervan (afb. 4). Ook het bijzondere verhaal van het verlies en de vondst van de stempel heeft een plek gekregen in het boek.

Afb. 4 Boekkaft met het door Truus teruggevonden eerste zegel uit 1850, door Moeder Overste verloren in 1877, van de congregatie van de Zusters van Onze Lieve Vrouwe van Coesfeld (Duitsland). Geschichte der Kongregation der Schwestern Unserer Lieben Frau von Coesfeld, Deutschland. Entwicklung – Kulturkampf – Ausweisung 1855 bis 1877, Erster Teil, 2. Folge (1855-1877), Schwestern Unserer Lieben Frau, Generalat Rom, 1993.
Met het onderzoeken en registreren van hun vondsten dragen Dré en Truus bij aan het behoud van het erfgoed van Limburg. Het levert ze niet alleen kennis op, maar ook ontmoetingen en nieuwe inzichten. Het laat bovendien zien van hoeveel waarde context en zorgvuldigheid zijn binnen de archeologie. In het derde en laatste deel van de reeks ‘Dré en Truus: een vindersechtpaar uit Thorn’ staat centraal hoe hun vondsten wezenlijk bijdragen aan het grotere verhaal van Thorn en welke nalatenschap zij daarmee achterlaten.
Met dank aan
- Museum Thorn: vondsten van Dré en Truus vormen samen met die van andere lokale amateurarcheologen de kern van de vaste archeologische collectie. De tijdelijke tentoonstelling ‘Bodemvondsten’, waarin vondsten van vijf lokale zoekers centraal stonden, onder andere die van Dré en Truus, was tot eind 2025 te bezoeken. In de nieuwe tentoonstelling ‘Marie Leeft!’, die momenteel te zien is in Museum Thorn, zijn ook enkele bodemvondsten te zien die zijn gevonden door Dré en Truus.
- Online collectie van het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Limburg (PDBL).
- Met speciale dank aan Dré en Truus voor het delen van hun verhaal.
Footnote: niet alle in deze reeks genoemde PAN-nummers/vondsten zijn momenteel al publiek raadpleegbaar via de PAN-website.
Bijdragers
Vondstregistrator
Tess Doorewaard
Dit is een verhaal van
