Dré en Truus: een vindersechtpaar uit Thorn – deel 3
Dit artikel vormt het derde en laatste deel van de driedelige reeks ‘Dré en Truus: een vindersechtpaar uit Thorn’, geschreven door Tess Doorewaard en aangeboden door PAN regio Oost. In dit deel staat centraal hoe hun vondsten wezenlijk bijdragen aan het grotere verhaal van Thorn en welke nalatenschap zij daarmee achterlaten.
Omdat het grootste deel van de vondsten van Dré en Truus afkomstig is uit Thorn en omgeving, kan de Thorner geschiedenis als een rode draad gevolgd worden door hun collectie. Het is daarom ook geen verrassing dat veel van hun vondsten in Museum Thorn te zien zijn. Samen met vondsten van enkele andere amateurarcheologen vormen ze een belangrijk deel van zowel de vaste collectie als van die van tijdelijke tentoonstellingen.
Thorn
Het verhaal van Thorn is prachtig. Eeuwenlang heeft het ‘Witte Stadje’ een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van vele Europese adellijke huizen en zodoende in de Europese politiek.
Hoewel in en om Thorn archeologische sporen gevonden zijn die teruggaan tot in de steentijd, is de plaats het meest bekend om het familieklooster dat er eind 10e eeuw gesticht is door Ansfried en het daaruit voortgekomen wereldlijke stift (of sticht) voor hoogadelijke vrouwen. In dergelijke wereldlijke kloosters konden adellijke families, tegen steeds strengere voorwaarden, hun ongehuwde dochters onderbrengen tot zich een huwelijkskandidaat of een andere sociale functie voordeed. Het stift was zodoende een centrum waar de sociale en politieke contacten van adellijke families via de stiftdames zich konden ontwikkelen en gecontroleerd worden. Sinds wanneer het klooster als stift fungeerde, wordt niet helemaal duidelijk uit de overgeleverde akten, maar het lijkt erop dat hiervan in 1102 al sprake was en mogelijk zelfs al vanaf de stichting van het klooster in de 10e eeuw. Het stift Thorn groeide uit tot een abdijvorstendom onder de abdissen van Thorn, die sinds het eind 15e eeuw slechts verantwoording hoefden af te leggen aan de Duitse Keizer. Tot aan de Franse tijd (eind 18e eeuw) hebben de abdissen nagenoeg zelfstandig het abdijvorstendom bestuurd, bijgestaan door kanunniken en de stiftdames.
Het stift had ook muntrecht en een munthuis (afb. 5). De vroegst bekende munten uit Thorn stammen uit de 11e eeuw, maar die zijn zeldzaam. Onder de abdissen Margaretha van Brederode (abdis van 1531-1577) en Anna van der Marck (abdis van 1604-1631) zijn de meeste munten van Thorn geslagen, ook nadat het stift formeel het muntrecht ontnomen was, omdat de geslagen munten van te slechte kwaliteit waren.

Afb. 5 Ansichtkaart met zicht op het munthuis in Thorn. Bron: Uitg. M. Nouwen, Thorn (L), nr. 52. Privécollectie Truus.
Tentoonstellen
Het innige contact van Dré en Truus met het museum van Thorn, is in de jaren ’90 tot stand gekomen. Toen kwam er vanuit het museum een verzoek om enkele van hun vondsten tentoon te stellen om het brede verhaal van Thorn te kunnen vertellen. Hieraan gaven ze graag gehoor. In een museumfolder uit de jaren ’90 staat het beeldje van Cupido afgebeeld (afb. 6) dat Dré in 1989 gevonden heeft (PAN-00176282). Deze vondst is een van hun topstukken en is nog altijd te bewonderen in de vaste opstelling van Museum Thorn.

Afb. 6 Dit Romeinse bronzen beeldje van Cupido (PAN-00176282) is een van Dré’s topvondsten en een van de vele vondsten van Dré en Truus die te bewonderen zijn in de vaste opstelling van Museum Thorn. Foto: Museum Thorn. Inventarisnummer: 336A001.
Het tentoonstellen van hun vondsten in het museum in de jaren ‘90, bleek echter ook een keerzijde te hebben, zeggen Dré en Truus. Het leverde landelijke publiciteit op en dit resulteerde erin dat “ze met bussen vol” uit heel Nederland met metaaldetectors naar Thorn kwamen om er te zoeken. Het zette ook hun relatie met de boeren in de omgeving op scherp, want lang niet alle zoekers van buiten vroegen om toestemming alvorens het veld op te gaan. “Er sloot zich ooit iemand gewoon bij ons aan, terwijl we over een veld liepen, zonder bij de boer toestemming gevraagd te hebben of zich zelfs maar aan ons voor te stellen!” Het ergste vinden ze nog dat op deze manier veel vondsten uit Thorn uit het oog verdwenen moeten zijn, omdat ze nergens geregistreerd staan. Tot dat moment hadden Dré en Truus het beeld voor ogen gehad dat de vondsten uit Thorn in Thorn zouden blijven om daar het hele verhaal van hun stadje te kunnen illustreren.
Desondanks wordt het verleden van Thorn prachtig weerspiegeld in de collectie van Truus en Dré. Ze hebben niet alleen vuurstenen artefacten gevonden, maar vooral ook vele objecten die ervan getuigen dat het stift Thorn volop meedraaide in de politieke en religieuze wereld van de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Vanuit heel Europa zijn munten, gespen, knoopjes en andere objecten in de Thornse grond beland: vooral uit het bisdom Luik en het Duitse gebied, omdat Luik lang toezichthouder is geweest van het stift en de meeste stiftdames uit Duitsland afkomstig waren. Natuurlijk hebben Dré en Truus ook Thornse munten gevonden, vooral oordjes en duiten, alle van abdis-vorstin Anna van der Marck, zoals PAN-00179924 (afb. 7) en PAN-00179925 (afb. 8). Het vinden van een munt van abdis-vorstin Margaretha van Brederode staat nog op hun verlanglijstje.

Afb. 7 Duit van Anna van der Marck (PAN-00179924).
Afb. 8 Oord van Anna van der Marck uit 1614 (PAN-00179925)
Ook bulla’s, pauselijke zegels, hebben ze gevonden: twee hele en een halve, alle nu in bruikleen in het museum. Deze bulla’s getuigen van de contacten tussen Rome en het stift. PAN-00027226 toont het zegel van Paul Pius VI (1775-1799) uit de nadagen van het stift (afb. 9).

Afb. 9 Deze bulla van Paus Pius VI (1775-1799), gevonden door Dré, is een van de getuigen van de contacten tussen het Stift Thorn en Rome (PAN-00027226).
Een andere bijzondere stiftvondst, die sinds 2006 in het museum ligt, is een 14e eeuws zegelstempel van een pastoor Johannes (PAN-00179922), in 1989 gevonden door Dré (afb. 10). Het omschrift van de stempel luidt: S(igillum) IOH(annes) VICAR(ius) PERPET(uus) THOR(ensis). Vertaald staat hier: Zegel van Johannes pastoor van Thorn. Het stempelvlak toont een pelikaan die drie jongen voedt door zich in de borst te bijten. Dit is een vroegchristelijk symbool en verwijst naar de zelfopoffering van Christus. Oud-conservator Elly van Loon van het museum in Thorn kwam erachter dat gelijkende maar kleinere zegelafdrukken gevonden zijn aan twee Thornse oorkondes. Deze aktes, in 1889 beschreven door Jos Habets, dateren uit 1328 en 1331. Op basis hiervan vermoedt zij dat de zegelstempel van Dré vóór 1328 verloren moet zijn, waarna er ter vervanging een iets kleinere gemaakt is voor de pastoor. In 2006 kon het museum beide oorkondes met de zegelafdrukken samen met de vondst van Dré aan het publiek tonen in een tijdelijke tentoonstelling.

Afb. 10 Pastoorsstempel van ‘Johannes’ (PAN-00179922), gevonden door Dré in 1989. Tekeningen: M. Hendrickx. Foto’s: Museum Thorn. Inventarisnummer: 366C029A.
Nalatenschap
Dré en Truus zijn blij dat een groot deel van hun vondsten in het museum van Thorn te zien is. Ook de registratie van hun vondsten bij PAN draagt bij aan de zichtbaarheid van hun vondsten. Op deze manier blijft de wetenschappelijke informatie over hun vondsten behouden en is deze toegankelijk voor derden, ook wanneer zij zelf er ooit niet meer zijn om te vertellen wat ze waar gevonden hebben.
”Wat gebeurt er later met jullie vondsten?” en “Zijn jullie kinderen ook hierin geïnteresseerd?” zijn vragen die ze vaak gesteld krijgen. Hier hebben ze goed over nagedacht, want natuurlijk is dat iets dat ook hen bezighoudt. Het liefste zien ze dat hun verzameling bijeen blijft en binnen de familie blijft, zodat ook de bruiklenen met het museum kunnen blijven doorgaan. Gelukkig zitten ze goed met een dochter en kleinzoon die hun interesses delen, ook al zoeken zij niet zelf.
Naast de vondsten en waardevolle vondstinformatie zijn ook de zoekavonturen van Dré en Truus behoudenswaardig. Tijdens onze gesprekken buitelen de anekdotes enthousiast over elkaar heen: van Dré die ooit, al zoekend met zijn blik op de grond en geconcentreerd luisterend naar de piepjes door zijn koptelefoon, tot zijn grote verrassing ineens zwaar overdressed tussen nudisten bleek rond te lopen, via zoekdagen met de camper, de vele bossen bloemen en bedankjes die ze in de loop der jaren gekregen hebben voor het terugvinden van verloren voorwerpen, tot aan een voorbijganger die hen ooit bezwoer: “In dit veld hier ligt ergens mijn trouwring. Als je die vindt, wil ik ‘m niet terug!” Ze hebben zelfs ooit met hun metaaldetectors de politie bijgestaan toen die op zoek was naar kogelhulzen. Je kunt er werkelijk een heel boek mee volschrijven.
Dré en Truus laten met hun hobby en de wijze waarop zij met hun verzameling omgaan, zien hoe zoeken, registreren en verhalen vertellen samenkomen tot een nalatenschap die veel verder reikt dan hun eigen collectie en hun liefde voor Thorn. Wil jij zelf archeologie tot leven brengen? PAN en de ArcheoHotspots helpen je om jouw vondsten en verhalen zichtbaar te maken en bij te dragen aan het grotere verhaal van Nederland.
Bronnen
- Bokken, P./H. Breukers/J. Forschelen/F. Tonnaer, 2020: Thorn. Het Witte Stadje. Vrouw en Macht, Stichting Abdijkerk Thorn, Thorn 2020.
- De Limburger: ‘Keltische munt in Thorn opgegraven’, 30-3-1991.
- Habets, J., 1889: De Archieven van het kapittel der Hoogadelijke Rijksabdij Thorn. Eerste deel. Charters en andere bescheiden van 966 tot 1550, 1889.
- Geschichte der Kongregation der Schwestern Unserer Lieben Frau von Coesfeld, Deutschland. Entwicklung – Kulturkampf – Ausweisung 1855 bis 1877, Erster Teil, 2. Folge (1855-1877), Schwestern Unserer Lieben Frau, Generalat Rom, 1993.
- Hendrickx, M., 1990: Zegelstempel van een Thornse pastoor, in: De Kroetwès, mededelingenblad geschied- en heemkundekring “Het Land van Thorn, 4e jaargang, nr. 2, oktober 1990, p. 56.
- Loon, E. van, 2006: Gemeentemuseum ‘Het land van Thorn’, bericht van de conservator, in: De Wingerd 23 maart 2006.
- Loon-van de Moosdijk, E. van, 2025: persoonlijke correspondentie.
- Schoenmakers, J. J. N., 2014: Officia Propria: Liturgische rituelen en gebruiken in het sticht voor adellijke dames in Thorn (Maastricht, RHCL, toegangsnr. 18A, nr. 523, circa 1550). (14 ed.). Netherlands Studies in Ritual and Liturgy.
- Stenvert, R./Ch. Kolman/S. van Ginkel-Meester/S. Broekhoven/E. Stades-Vischer/J. Venner, 2003: Monumenten in Nederland. Limburg. Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist / Waanders Uitgevers, Zwolle 2003.
- Tonnaer, F./J. Forschelen, [z.j.]: Akte!, Museum Thorn, Thorn.
Met dank aan
- Museum Thorn: vondsten van Dré en Truus vormen samen met die van andere lokale amateurarcheologen de kern van de vaste archeologische collectie. De tijdelijke tentoonstelling ‘Bodemvondsten’, waarin vondsten van vijf lokale zoekers centraal stonden, onder andere die van Dré en Truus, was tot eind 2025 te bezoeken. In de nieuwe tentoonstelling ‘Marie Leeft!’, die momenteel te zien is in Museum Thorn, zijn ook enkele bodemvondsten te zien die zijn gevonden door Dré en Truus.
- Online collectie van het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Limburg (PDBL).
- Met speciale dank aan Dré en Truus voor het delen van hun verhaal.
Footnote: niet alle in deze reeks genoemde PAN-nummers/vondsten zijn momenteel al publiek raadpleegbaar via de PAN-website.
Bijdragers
Vondstregistrator
Tess Doorewaard
Dit is een verhaal van
