Een grote glimlach bij bezoekers!
Succesverhalen deel 1 - Op kasteel Ammersoyen is sinds de opening van de ArcheoHotspot in juli 2023 een groep van zo’n vijftien zeer gemotiveerde vrijwilligers aan de slag. In het Schervenlab buigt deze groep zich onder deskundige en inspirerende begeleiding van archeologe Floor Huisman over de vele scherven die gevonden zijn in de slotgracht van het kasteel. Eén van de vrijwilligers, Pleunie Cadee, vindt het geweldig om al die scherven te zien en vast te mogen houden. Al puzzelend probeert ze een connectie te maken met al die bewoners van kasteel Ammersoyen, die tot maar liefst zeven eeuwen terug gegeten en gedronken hebben van het aardewerk dat nu in scherven op tafel ligt.
‘Hoe gaat het vandaag met het puzzelen, Pleunie?’ vraag ik haar.
‘We hadden net een hele stroom bezoekers, waardoor ik niet aan het puzzelen toekwam. Maar ik vind het contact met de bezoekers een erg waardevol onderdeel van het Schervenlab. Het puzzelen is een hele uitdaging, maar het contact met bezoekers geeft net zo’n voldaan gevoel. Zeker als we na een dienst van drie uur in de torenkamer verkleumd van de winterse kou weer beneden bij de receptie komen en horen dat de bezoekers zo enthousiast waren over het Schervenlab. Dat ze voor hun ogen een bijna compleet bordje hadden zien ontstaan! Niet alleen de bezoekers gaan dan met een grote glimlach op hun gezicht naar huis, dat geldt zeker ook voor mij. En ik ben dan één van die vrijwilligers die daarna vaak thuis nog verder op internet en in boeken speurt om te ontdekken welke voorwerpen we gevonden hebben, hoe ze gemaakt zijn en welke kasteelbewoners deze misschien in handen hebben gehad. Ik vind het heel leuk om die informatie dan de volgende keren weer te delen met de bezoekers.’
‘Zijn de bezoekers een beetje geïnteresseerd in wat je hier in het Schervenlab doet?’
‘Zeker! Sommige bezoekers zeggen juist niets met puzzelen te hebben, maar worden plotseling toch enthousiast als ik dan twee of meer scherven vind die bij elkaar passen. En als de bezoeker zelf een scherf vindt die aan een andere past, is het helemaal feest. Veel bezoekers zeggen zelf graag een puzzel van 1000 stukjes te maken, maar hebben bewondering voor ons geduld met zoveel scherven waarvan we geen voorbeeld hebben en waarvan weinig objecten compleet te puzzelen zijn.
Als onze bezoekers horen dat er nog zoveel scherven uit te zoeken zijn, oppert een deel van de bezoekers (vooral mannen) dat A.I. vast wel ingezet kan worden om het in elkaar puzzelen snel uit te voeren. Maar het antwoord is dan dat het juist zo mooi is om alle scherven echt in handen te hebben om connectie te maken met het verleden en dat het veel voldoening geeft om uit de grote brij scherven die op de tafels liggen zelf bij te dragen aan het in elkaar puzzelen. Het is schitterend om zo voorwerpen te zien ontstaan die nog niet bekend waren bij ons.
‘Maak je leuke dingen mee, met de bezoekers?’
‘We hebben hier een magneetwand vol puzzelscherven van voorwerpen die in een andere vleugel in de vitrines van de museumzaal staan. De puzzelwand met die magneetscherven is vooral bedoeld voor de kinderen, maar de ouders puzzelen meestal het fanatiekst,’ lacht Pleunie.
‘Regelmatig komen er bezoekers die vertellen zelf graag archeoloog te zijn geworden of graag vrijwilliger bij ons zouden willen zijn, maar helaas te ver weg wonen. Zij zijn dan erg blij met de folder over de andere ArcheoHotspots in Nederland.
Erg leuk is het als bezoekers enthousiast over hun eigen ervaring met gevonden scherven vertellen. Zoals een vrouw die uit schervenvondsten op haar eigen akker een Majolicabord in elkaar had gelijmd en jaren later het ontbrekende stukje in diezelfde akker vond. Veel bezoekers hebben witte aardenwerkpijpjes in hun eigen tuin opgegraven en sommige mensen die op oude boerderijen wonen vertellen over beerputten met vondsten. Iemand opperde dat kasteel Ammersoyen na het dempen van de gracht in 1893 vast ook een beerput heeft gehad om alles in te gooien. Dat kan heel goed verklaren waarom er ook scherven van ná 1893 in het Schervenlab gevonden zijn, zoals twee scherven van een congresbord uit 1924.
Een leuke ervaring was ook de man die een krukje pakte en bordenranden uit de ”puzzelbak voor bezoekers” haalde. In drie kwartier puzzelde hij de randen in elkaar, plakte ze met tape aan elkaar en gaf tijdens het puzzelen diverse keren aan dat hij dit zoveel leuker vond dan het werk dat hij deed; heel herkenbaar. Daarna heb ik die bordenranden beter bekeken en bleek het om creamware borden te gaan, gemaakt door Wedgwood, eind 18de eeuw.
‘Kun je zeggen dat de wisselwerking met het publiek ertoe leidt dat jouw nieuwsgierigheid gewekt wordt?’
‘Soms is het een vraag of een opmerking van een bezoeker die mij aanzet tot verder onderzoek. Een mooi voorbeeld daarvan vormen de scherven van de boerenbontbordjes. Een bezoekster gaf aan dat die bordjes toch vrij nieuw zijn en dus niet uit de gracht konden komen. Samen met die vrouw hebben we gekeken of er merktekens onderop de scherven stonden. En die vonden we. Toen hebben we dit merkteken opgezocht op internet. Daaruit bleek het om een bordje te gaan dat gemaakt was rond 1883. De fabriek van Petrus Regout bleek het boerenbontmotief al vanaf 1841 te gebruiken en het motief was zelfs uit de aardewerkfabrieken in Engeland gehaald.
Dit speurwerk met de bezoekster is de aanzet geweest om een deel van de gepuzzelde voorwerpen nog verder te onderzoeken en dat speurwerk heeft weer geleidt tot een aantal, zoals wij dat noemen, “succesverhalen“. ‘Ik ben heel benieuwd naar je succesverhalen, Pleunie! Dank je wel!’
ArcheoHotspot Kasteel Ammersoyen, augustus 2025
Bijdragers: Christ de Wit (tekst) en Pleunie Cadée-Ardon (onderzoek)
Bijdragers
Vrijwilligers bij ArcheoHotspot Kasteel Ammersoyen
Pleunie en Christ
Dit is een verhaal van
